Startnotitie
Inhoudsopgave
3.3.1 Internetsite www.structuurvisieutrechtseheuvelrug.nl
3.3.2 De samenleving en de raad
3.3.3 Discussie op niveaus
BIJLAGEN

1. OP WEG NAAR EEN STRUCTUURVISIE
1.1 Een
structuurvisie voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug!
Door de samenvoeging zijn wij een gemeente
geworden van circa 50.000 inwoners, met een oppervlak van bijna 13.500 hectare.
Daarmee hebben wij een grote beleidsautonomie, beleidskracht en beleidsverantwoordelijkheid
gekregen. Zodoende zijn wij in staat de belangen voor onze burgers optimaal te
behartigen terwijl we regionaal leiderschap kunnen tonen.
Missie Visie gemeente Heuvelrug
De Heuvelrug is een groene, vitale, leefbare en gastvrije gemeente met kernen die een eigen identiteit en cultuurhistorische waarde hebben. De gemeente stelt de inwoner centraal en verleent op een kwalitatief hoog niveau haar diensten.
In ‘Visie gemeente Heuvelrug; groen en
vitaal in balans’ uit 2005 zijn de hoofdlijnen van de toekomst van de nieuwe
gemeente geschetst.
Dit blijft ook de
basis voor de Structuurvisie. Alleen beseffen we dat, om tot een concrete ook
(financieel) haalbare toekomstvisie te komen, er keuzes gemaakt moeten worden
en prioriteiten stellen noodzakelijk is. Want we combineren,
- zowel
behoud natuur- en cultuurhistorische waarden (en dus wellicht niet danwel
beperkt bouwen of anders bouwen (binnen contouren in hoge dichtheden /
hoogbouw, of kan het ook anders?));
- als ook een
evenwichtige bevolkingssamenstelling (en dus voldoende woningen bouwen in met
name ook de betaalbare sector, want daar ontbreekt het deels aan),
- als ook
behoud voorzieningenniveau (waarvoor je (extra?) mensen (dus woningen of bezoekers/toeristen/recreanten)
óf ‘gewoon’ veel geld / subsidie nodig hebt),
- als ook
stimuleren van schone bedrijvigheid en stimuleren recreatie, zodanig dat
bijdraagt aan vitaliteit (en dus extra mensen aantrekt en mobiliteit genereert)
- en tevens
het behoud van de bereikbaarheid….
In de visie “Groen
en vitaal in balans” wordt aangegeven dat er enige dynamiek noodzakelijk is om
die balans te krijgen en te houden en om de missie te bereiken. Maar wat is dan
die dynamiek? In welke omvang? Wat voor type? Waar wel en waar niet? Dat zijn
nog allerlei openstaande vragen waarop we in de structuurvisie een duidelijk
antwoord willen geven, met richtinggevende (ruimtelijke en programmatische)
uitspraken voor onze pijlers: ruimtelijk, sociaal, economie en mobiliteit. En
we willen die antwoorden op verschillende niveaus geven: de dorpen, de gemeente
als geheel en (de positie van de gemeente in) de regio.
Beleidsnota’s en
Structuurvisie vormen samen de totale toekomstvisie
Met beleidsnota’s voor diverse sectoren zijn
we voortvarend aan de slag gegaan. We merken echter al werkenderwijs aan deze
kader- en beleidsnota’s, dat we op veel vragen stuiten die te maken hebben met
andere pijlers, andere thema’s. Gelijktijdig is het de vraag of de bandbreedte
die we in de diverse beleidsnota’s in beschouwing nemen wel breed genoeg is.
Wanneer we bijvoorbeeld een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan gaan
opstellen dan is het de vraag in hoeverre, in het kader van het verkeersbeleid,
een serieuze ‘afwaardering’ van de N225 voor autoverkeer onderzocht kan worden.
Een onderzoek naar dergelijke structuurveranderingen moet eenvoudigweg in
samenhang met andere sectoren bezien worden.
Een pure noodzaak voor alleen al afstemming,
is ook aanwezig vanuit het oogpunt van communicatie en het oogpunt van
consistent en daadkrachtig bestuur. Het is voor ons onwenselijk, wanneer de
samenleving op verschillende momenten geconfronteerd wordt met vragen om
inbreng te leveren voor visies of te reageren op voorstellen, waarvan de
inhoudelijke strategieën niet afgestemd zijn (of wellicht zelfs in strijd zijn
met elkaar). Ook moet voorkomen worden dat het gevoel ontstaat, dat steeds
dezelfde boodschap afgegeven wordt en dat er niets mee gedaan wordt door ‘de gemeente’!.
De structuurvisie ‘leunt’ voor de uitwerking
van inhoudelijke opgaven én ook voor de signalering van inhoudelijke
vraagstukken op de beleidsnota’s. De kracht van het structuurvisieproces ligt
in het brengen van samenhang. Het is onze ambitie dat de Structuurvisie
gemeente Utrechtse Heuvelrug, de diverse beleidsnota’s, gebiedsvisies,
uitvoeringsprogramma’s en het kernenbeleid straks één samenhangend geheel vormen.
1.2 Deze
startnotitie
Deze startnotitie
biedt een opdracht en een uitvoeringspad (kwaliteit, proces, partijen) in
hoofdlijnen voor het opstellen van de Structuurvisie gemeente Utrechtse Heuvelrug.
In de voorbereiding
hiervan heeft een aantal discussies in raad (en het college) plaatsgevonden.
Tijdens die discussies is onderzocht in hoeverre wij al in dit stadium richting
willen geven aan de te onderzoeken onderwerpen in de structuurvisie. Conclusie
van deze discussies is dat wij geen sterke sturing op voorhand willen geven.
Wij zijn nieuwsgierig naar de mogelijkheden van een integraal beeld voor onze
gemeente. En vervolgens zijn we nieuwsgierig naar de sturing die vanuit dat
integrale beeld kan worden gegeven aan de sectoren.
Juist omdat wij een
nieuwe gemeente zijn, willen we de mogelijkheden openhouden. We realiseren ons
dat oude discussies die binnen de oorspronkelijke gemeenten speelden, een
nieuwe context hebben gekregen of moeten krijgen. Wat zijn de nieuwe
mogelijkheden die ontstaan zijn door het nieuwe bestuurlijke verband en onze
andere bestuurlijke positie?
Om de bandbreedte
van de discussie aan te geven, bieden we in hoofdstuk twee van deze startnotitie
een beeld van het ruimtelijke speelveld waarin we ons als gemeente bevinden.
Wat zijn de krachten en belangen die op ons grondgebied spelen? Dat speelveld
is geen plan. Het is ook niet onze bedoeling op voorhand aan te geven dat het
hele speelveld benut moet worden. Maar het is er en we willen onze ogen er niet
voor sluiten en we vinden dat in de discussie over de structuurvisie, de
mogelijkheden die het speelveld biedt onderzocht moeten worden.
In hoofdstuk drie
stellen we de feitelijke opgave voor de Structuurvisie vast:
- wat moet naar
onze mening onderzocht worden in de structuurvisie en
- aan wat voor
eisen moeten mogelijke antwoorden voldoen,
- welk proces
moet hierbij bewandeld worden en
- wie moet erbij
worden betrokken?
1.3 Structuurvisies
verplicht in de nieuwe Wro
In 2008 zal naar
verwachting de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in werking treden.
Dan is het voor iedere gemeente (en provincie en het rijk) verplicht om een
structuurvisie op te stellen. Wij zijn voornemens onze nieuwe structuurvisie
vast te stellen als een structuurvisie in het kader van de nieuwe Wro. Dit
betekent in ieder geval, wettelijk gezien, dat we de formele inspraak- en
vaststellingsprocedure moeten doorlopen en dat een uitvoeringsparagraaf opgenomen
dient te zijn. We geven in de structuurvisie aan, welke instrumenten we in gaan
zetten om de opgenomen visie en doelstellingen te bereiken. Voor het overige
stelt de nieuwe wet geen vereisten
aan een structuurvisie, met uitzondering van de digitale raadpleegbaarheid.
Aan het ontbreken
van een wettelijke structuurvisie worden ‘sancties’ gekoppeld. Het is dan
bijvoorbeeld niet mogelijk om het voorkeursrecht gemeenten te vestigen, of om
bepaalde bovenplanse kosten te verevenen. Hierdoor zouden we ons dus bij
voorbaat bepaalde instrumenten ‘ontnemen’ om als gemeente actief te
participeren aan het bereiken van de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Wij willen
juist samen met alle betrokkenen in de samenleving werken aan het bereiken van
de missie: de gemeente Utrechtse Heuvelrug een groene, vitale, leefbare en gastvrije
gemeente. De structuurvisie stellen we daarom ook samen met alle betrokken
partijen op!
1.4 Te
nemen besluit
Deze startnotitie
stellen we vast als raadsbesluit. Met dat besluit leggen we vast:
- wat de opgave
is voor de op te stellen structuurvisie;
- aan welke
kwaliteitseisen het antwoord moet voldoen;
- welke weg
daartoe in hoofdlijnen bewandeld moet worden en
- welke partijen
in hoofdlijnen daarbij betrokken moeten worden.
Hiermee bepalen we
het kader waarbinnen we aan het college van burgemeester en wethouders vragen
een voorstel voor de structuurvisie te ontwerpen.
2. EEN
EERSTE ANALYSE
2.1 Waarden,
kansen, wensen en knelpunten
Om inzichtelijk te
maken wat het ‘ruimtelijke speelveld’ is van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,
is een aantal analyses verricht. In samenhang is onderzocht welke kwaliteiten
er op hoofdlijnen zijn en welke ruimtedruk er in de gemeente is. De resultaten
hiervan zijn op hoofdlijnen verbeeld in drie ‘kaarten’. Met behulp van deze
kaarten kunnen relaties en synergetische effecten, maar ook spanningen
opgespoord worden: de kansen voor versterking en de noodzaak om keuzes te
maken. Dit zijn de aangrijpingspunten voor de Structuurvisie gemeente Utrechtse
Heuvelrug:
- Een kaart van
de groene dynamiek die vanuit de ‘groene waarden’ (zie kader) de groene
ruimteclaim verbeeldt: stel je nu eens voor wat er gebeurt wanneer je de groene
waarden ‘de ruimte laat’?
- Een kaart van
de rode, economisch-functionele dynamiek die de ‘stedelijke’ ruimteclaim verbeeldt:
stel je nu eens voor wat er gebeurt wanneer je de ‘markt’ de vrije hand laat
(dus bijvoorbeeld geen rekening houdend met rode contouren en het beschermde
nationaal landschap)? Wat is dan de invloedssfeer van bebouwingsconcentraties
en infrastructuur, waar zullen naar verwachting (gezien ideale
vestigingsplaatsfactoren) initiatieven komen voor woningbouw, bedrijvigheid en
recreatieactiviteiten?
- Een kaart van
de sociale samenhang en binding in de gemeente; deze geeft niet zozeer zicht op
potentiële dynamiek, maar draagt bij om meer grip te krijgen op de (sociale)
identiteit.
Een belangrijke rode draad voor keuzes maken en prioritering is
immers de identiteit, die zowel een ruimtelijke als een sociaal-maatschappelijke
component heeft. Identiteit is gebaseerd op een beleving en erkenning van
kwaliteiten en kenmerken, die door de samenleving gedragen en uitgedragen
wordt.
Het is niet zo dat
sectoren één op één vertaald zijn in de verschillende kaarten. Sommige sectoren
zijn puur ‘groen’ en andere puur ‘rood’, maar de meeste hebben een zekere mix.
Recreatie bijvoorbeeld, heeft groene componenten (een mooi landschap om in te
wandelen, fietsen, paardrijden en skaten, cultuurhistorie om van te genieten en
te leren, water om in te zwemmen enz.) maar ook rode componenten (een
vakantieterrein, dorpen met (horeca)voorzieningen, een parkeerplaats, wegen
enz.). En ook voor de functie wonen geldt dat het ‘buitengebied’ erg aantrekkelijk
is, waardoor eigenlijk de gehele gemeente ‘roze’ gekleurd zou kunnen worden.
Hier geldt uiteraard dat er een bepaalde grens, een balans is: wanneer er
teveel rode druk in het buitengebied geaccommodeerd wordt, gaat dit ten koste
van de kwaliteit.
‘Rood’
– ‘groen’ – discussie
De
rood-groen discussie in de ruimtelijke ordening gaat niet in eerste instantie
over de tegenstelling ‘woningen bouwen’- ‘natuur-behoud’. ‘Rood’ staat voor
economische waarde. Deze waarde wordt uitgedrukt in geld en vastgesteld in
het economische verkeer. ‘Groen’ staat voor maatschappelijke waarde. Dit is
de beleidsmatige interpretatie van ‘alles van waarde is weerloos’ (Lucebert)
en het gaat over de zaken die we als maatschappij van waarde vinden en
waarvoor iemand moet opstaan om de waarde te benoemen. Cultuurhistorie,
natuur, water etc. vallen daarbinnen. De maatschappelijke waarde wordt uitgedrukt
in belang en de hoogte wordt vastgesteld in het maatschappelijk verkeer.
Naast
deze economische en maatschappelijke waarden, is er nog een derde waardedimensie:
de sociale waarde. Dit is de persoonlijke band van iemand met anderen en met
z’n omgeving. Vooral daar waar persoonlijke banden zekere collectieve
kenmerken krijgen zijn ze van belang voor de ruimtelijke ordening omdat ze de
keuzes van mensen sterk sturen.
Conflicten
in ruimtegebruik kunnen voorkomen tussen de drie waardedimensies maar ook
erbinnen. Er is bijvoorbeeld een tamelijk groot ‘ruimtegebruiksconflict’
tussen natuur en cultuurhistorie maar soms ook tussen wonen en bedrijven.
Maar conflicten binnen waardedimensies worden op gelijk niveau uitgevochten.
Door middel van geld of door middel van het vergroten van belang. Conflicten
tussen de waardedimensies daarentegen zijn het onderwerp van de ruimtelijke
ordening. Dáár, in de ruimtelijke ordening, moeten de keuzes plaatsvinden. |
2.2 Groene
waarden en het waardenpotentieel
De kaart van de
groene dynamiek geeft een beeld van de samenhang op hoofdlijnen van de sectoren
water, natuur en cultuurhistorie (en geologie en bodem). Maar de kaart
verbeeldt ook de landschappelijke kwaliteiten die het recreatief gedrag en het
wonen beïnvloeden.
Deze kaart laat zien
dat er twee hoofdsystemen in de gemeente liggen:
- de stuwwal met
een groot uitstralingsgebied en
- het systeem van
de rivier dat opgesloten is tussen de winterdijken.
Bijzonder is dat
deze systemen elkaar raken (waardoor er geen winterdijk meer is) vanaf
Amerongen oostwaarts. En omdat zowel rivier als stuwwal deel uitmaken van het
nationale groene hoofdsysteem is dit raakvlak zeer waardevol, niet alleen voor
de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Het kaartbeeld laat
zien dat de stuwwal een veel groter groen uitstralingsgebied heeft dan op het
eerste gezicht lijkt. De motor daarachter is het water: eigenlijk is de heuvel,
de flank en het totale vlakke gebied dat onder kwelinvloed van de heuvel staat
één geheel. Dwarsrelaties op en vanaf de heuvel zijn daarom zeker zo belangrijk
als de lengterelaties. In de dwarsrichting liggen ook de meeste kansen voor
kwaliteitsversterking, vergroting en diversificering van verschillende
aspecten.
Ten
aanzien van Cultuurhistorie geldt bijvoorbeeld dat in het verleden ook de
landgoederen met zichtlijnen in de dwarsrichting aangelegd zijn, om maar zoveel
mogelijk te kunnen profiteren van het uitzicht en verschillende
landschapstypen. Ten aanzien van natuur, ecologie en water geldt bijvoorbeeld
dat in de overgangszones tussen ‘hoog’ en ‘laag’ zogenaamde gradiënten en
unieke grondwaterstanden aanwezig zijn met bijzondere kansen voor
natuurontwikkeling. Ook voor het landschapsbeeld is de dwarsrichting van groot
belang: hier wordt een zo groot mogelijk diversiteit beleefd en dat is voor
velen aantrekkelijk. In de lengterichting gaat het vooral om ecologische
verbindingszones en landschappelijke samenhang. Nu wordt, lijkt het, de
‘automatische’ denkrichting in de lengterichting grotendeels beïnvloed door de
N225.


De groene waardenkaart leidt
tot de volgende constateringen:
- Er is sprake van een
sterke samenhang tussen natuur, water, cultuurhistorie;
- Iedereen denkt
automatisch in ‘lengterichting’;
- kwaliteiten worden het sterkst in de
‘dwarsrichting’ beleefd en komen hier ook tot uiting:
- cultuurhistorie:
zichtlijnen
- diversiteit in
landschapsbeeld
- ecologische
gradiënten
- waterstromen
- het landschap de
“Utrechtse Heuvelrug” is dus groter! Dit vormt een belangrijk aanknopingspunt
voor kwaliteitsversterking, maar ook voor dynamiek.
2.3 Rode
waarden en het economisch-functionele potentieel
De kaart van de
economisch-functionele dynamiek geeft een beeld van de (theoretische) druk op
‘de ruimte’ vanuit economisch-functionele hoek. Het geeft die gebieden aan waar
er gezien de kenmerken en kwaliteiten van het gebied zelf of de directe
omgeving ervan, naar verwachting veel initiatieven geïnitieerd zullen worden
voor de ontwikkeling van ‘stedelijke functies’ in bijvoorbeeld de vorm van
woon-, werk- danwel gemengde gebieden. Op de kaart is geen rekening gehouden
met beleidsmatig vastgestelde rode contouren en het beschermde nationaal landschap
Utrechtse Heuvelrug.
Er zit een aantal
eenvoudige principes achter deze kaart:
-
Infrastructuur
roept dynamiek op, bereikbaarheid is een vestigingsplaatsfactor, er worden
zones onderscheiden vanaf aansluiting snelweg (2 km, 1 km bij halve aansluiting), vanaf station
(1,5 km) en langs hoofdweg (200 m). De uitstraling van een rijksweg is beperkt.
Kanaal heeft invloedszone van 200 m en rivier van 400 m. Afstanden zijn
gebaseerd op de praktijk.
- Bestaande rode
functies/concentraties roepen ook dynamiek op, daarom worden zones onderscheiden
rond een bestaande kern, een bedrijventerrein en ook rond bijvoorbeeld een
recreatieplas. Voor bebouwingsconcentraties is een uitstralingsgebied van 30%
van de doorsnede van de huidige concentratie gehanteerd. Recreatiegebieden, als
een recreatieplas, hebben een relatief grotere ruimtedruk om zich heen, met een
omvang van ongeveer de eigen doorsnede.


| De
zones zijn zo ingetekend dat ze een differentiërend beeld binnen de gemeente
opleveren. Voor heel Nederland zijn eerder dergelijke kaarten gemaakt en
daarin werden overdruk, onderdruk en intermediaire gebieden onderscheiden. In
dat perspectief ligt de gemeente Utrechtse Heuvelrug in een overdrukgebied.
Maar dat is een achtergrondgegeven, waarbinnen in het kader van een goede
ruimtelijke ordening sturing moet worden gegegeven. |
Deze rode kaart
raakt bij velen een gevoelige snaar. Er is immers al jaren sprake van een
‘grote rode druk’ en velen voeren
ook al jaren strijd tegen de gevolgen van deze druk. De gemeente Utrechtse
Heuvelrug is voor velen een thuisbasis om aan die druk te ontsnappen, waardoor
de discussie met extra felheid wordt gevoerd. Anderzijds is dynamiek op de
juiste manier ook goed en noodzakelijk om de gemeente leefbaar en vitaal te
houden.
De rode
waardenkaart leidt tot de volgende constateringen:
- Er is sprake
van een grote druk van ‘buiten’: vanuit Veenendaal en Utrecht;
- Theoretisch kan de hele gemeente ‘roze’ gemaakt
worden: ‘groene’ kwaliteiten maken immers ieder plekje aantrekkelijk om te
wonen, te recreëren en te werken!
- Er is een
groot verschil in ‘druk’ tussen de noordzijde en de zuidzijde (scheidslijn
horizontaal ter hoogte van Doorn). Dit hangt natuurlijk samen met de A12, de
spoorlijn en de nabijheid van Utrecht en Veenendaal. Dit verschil is zo groot
dat dit verschillende beleidsstrategieën mogelijk maakt en waarschijnlijk ook
vereist. Aan de noordzijde loopt de spanning tussen de verstedelijkingdruk
enerzijds en de ruimte die daar aan gegeven wordt zo hoog op, dat andere
overheden zich daar in zouden kunnen gaan mengen. Dit houdt ook verband met Veenendaal
en Zeist aan die noordzijde.
- Aan de
zuidzijde is de spanning lager. Hier is wellicht veel meer veranderingsruimte
dan gedacht. Deze kaart leidt tot de conclusie dat de rode, economische waarde
van de N225 wordt overschat (en dus kansen voor de groene waarden?).

2.4 Sociale
samenhang en binding
De kaart is het
resultaat van een eerst poging om de sociale krachten en de sociale samenhang
in de gemeente in beeld te brengen. Deze kaart moet uiteraard samen met de
samenleving verbeterd worden. De kaart geeft inzicht in de mate waarin er
samenhang binnen de gemeente als geheel bestaat en er ‘deelsamenlevingen’
binnen de gemeente voorkomen. Daarnaast laat de kaart ook een aantal grotere
samenhangen zien, waarvan delen van de gemeente toe behoren.
De sociale kaart
leidt tot de volgende eerste constateringen:
- Er is
een verschil tussen enkele meer agrarische gemeenschappen en enkele meer
stedelijke gemeenschappen die op korte afstand van elkaar gelegen zijn. De
stedelijke gemeenschappen (waar veel forensen wonen) zijn meer op zichzelf
gericht en minder een eenheid met de omgeving, zoals bijvoorbeeld de Langboekerwetering.
- Er is
welhaast per kern een andere oriëntatie op en binding met gemeenschappen van
‘buiten’: Gelderse Vallei, Utrecht, Veenendaal en wellicht ook de Betuwe.
- Het
landschap de Utrechtse Heuvelrug is óók een onderdeel van de belevingswereld
van de stedelijke gemeenschap
Utrecht/Randstad.
- De
gemeente is een archipel van ‘losse’ sociale eenheden. Op basis hiervan kunnen vragen
gesteld worden als: ‘is een sociale eenheid “gemeenschap Utrechtse Heuvelrug”
wenselijk?’, ‘hoe kan de bindende kracht versterkt worden?’ en hoe bewaken we
de diversiteit van de kernen?
Het is een levend wezen, ieder bosch.
Het leeft, ook als een deel, een helft ervan
Gerooid wordt en met villa's uitgedost
En op de kaart naar zijn bestaan laat raden.
Een in zijn vak vergrijsde timmerman
Ziet in een bosch iets doods: een aantal paden
Door timmerhout; een architect slaat munt
Uit 't feit dat men dit hout gebruiken kan;
En dorst'ge wand'laars komt het bosch te stade
Omdat het op een hooggelegen punt
Een doorblik gunt naar 't dorpje, grijs en klein,
Waar zij aan 't eind der wand'ling moeten zijn.
En jager, padvinder en kapitein,
Bij 't jagen, paden vinden en patrouilleeren,
Zien niet, dat dit bosch een gestalte is,
Die men verminken kan, en die toch als
Een worm weer aangroeit, of men bij zijn hals
Of staart de snede maakt.
Fragment van Simon Vestdijk uit:
Doorn, de Kaapse bossen - 1942
uit Nagelaten gedichten, p. 419 |
2.5 Naar
een integrale opgave voor de Structuurvisie
De kaarten maken
duidelijk dat ieder thema en ook iedere cluster van ‘groene- ‘, ‘rode-‘ en ‘sociale’
thema’s zijn eigen wensen, problemen en optimaliseringmogelijkheden heeft
redenerend vanuit de kwaliteiten en kenmerken: deze kunnen in strijd zijn met
elkaar. Het gaat in de structuurvisie om de zoektocht naar samenhang en om het
van hieruit maken van keuzes tussen en binnen de sectoren.
Keuzes worden
idealiter gemaakt vanuit de objectieve integraliteit, het overzicht. Maar uiteraard
speelt bij het maken van deze keuzes ook het referentiekader van de ‘beslisser’
een rol, in deze de gemeenteraad. Keuzes worden gestuurd door het
maatschappijbeeld en van belang is dat de voorbereiding plaatsvindt samen met
de maatschappij. Het volgende hoofdstuk geeft de integrale opdracht voor de
structuurvisie en via welke weg, binnen welke randvoorwaarden en met welke
partijen deze opdracht ‘volbracht’ zal worden.
3. DE
WEG NAAR DE STRUCTUURVISIE
3.1 De
opgave
In het voorgaande
hoofdstuk is het speelveld geschetst voor de structuurvisie. Uiteraard hebben
we nog geen concreet toekomstbeeld voor ogen, met wat waar wel en niet mag
gebeuren. Dat wenselijke en ook realistische toekomstbeeld willen we juist met
de samenleving gaan maken! Maar we weten wel, dat wanneer keuzes aan de orde
zijn, wij een zwaarwegend belang hechten aan aspecten als Natuur,
Cultuurhistorie en water. Dat zijn onze kernkwaliteiten. In relatie hiermee
moeten andere thema’s als recreatie, wonen, werken en verkeer gezien
worden.
In dit hoofdstuk stellen
we de feitelijke opgave voor de Structuurvisie vast:
- wat moet naar
onze mening onderzocht worden en
- aan wat voor
eisen moeten mogelijke antwoorden voldoen,
- welk proces
moet hierbij bewandeld worden en
- wie moet erbij
worden betrokken?
Wanneer we de
analyses en constateringen uit het voorgaande in ogenschouw nemen, dan luidt
onze opdracht aan het college voor de Structuurvisie gemeente Utrechtse Heuvelrug:
Maak een
integrerende, omvattende toekomstvisie, die sectoren gerichte sturing geeft.
Baseer deze visie op een planhorizon van 2030 en kom met concrete en
realistische voorstellen voor projecten en programma’s voor de komende 10 jaar
(periode 2015/2020). Verdieping en uitwerking vindt (deels gelijktijdig) plaats
in de verschillende sectorale beleidsnota’s (zoals wonen, verkeer en vervoer,
economie, recreatie & toerisme en sport).
Deze toekomstvisie
moet in ieder geval antwoord geven op twee vraagstukken:
1.
Hoe ga je om
met dynamiek zodanig dat bijgedragen wordt aan de leefbaarheid en vitaliteit van
de gemeente als geheel en van de kernen afzonderlijk?
Hierbij houden we in
‘het achterhoofd’ dat
- ‘Groene druk’ overal
gelijkmatig aanwezig is;
- ‘Rode druk’ met name
aan noordzijde van de gemeente ligt en hier de balans tussen ‘rood’ en ‘groen’
wellicht anders is als in ‘zuid’;
- dit vraagt dus om
keuzes! Waarbij aspecten meespelen als:
- Kunnen en willen we
regionaal opereren en ten aanzien waarvan dan? (‘antwoord’ ruimtevraag
Veenendaal en Utrecht; ‘bijdrage’ aan de regio; ‘wisselgeld’ voor… (en wat dan)?)
- Willen we lokaal differentiëren en hoe en ten aanzien waarvan dan?
(verschil noord/zuid, iedere kern naar eigen behoefte of specialisatie van alle
kernen)
2. Wat is
onze kracht, wat zijn onze sterke kanten en hoe kunnen deze ontwikkeld worden
zowel op gemeente- als op kernniveau ?
Dit tweede vraagstuk is gebaseerd op de constateringen
dat:
- de gemeente
en iedere kern afzonderlijk veel kwaliteiten heeft en met name de ‘groene’
kwaliteiten van cruciaal belang zijn; in het maatschappelijk debat willen we
daarom cultuurhistorie, natuur, water en landschap centraal stellen;
- in een
structuurvisie kwaliteiten en sterke kanten centraal dienen te staan en verder
uitgebouwd moeten worden;
- gemeenschappelijk
beleefde en (uit)gedragen sterke kanten en kwaliteiten ook een belangrijke
basis kunnen vormen voor de identiteit en het ‘sociale-eenheidsgevoel’ van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;
- gezamenlijk
gedragen identiteit en sociale beleving een belangrijke randvoorwaarde vormen,
zowel om als gemeentelijke eenheid te kunnen handelen als ook om binnen de gemeente
per kern te kunnen differentiëren en keuzes te maken. Er moet sprake zijn van
aanvulling en synergie, in plaats van concurrentie en verspilde energie.
Naast deze twee koepelvragen, zien wij ook allerlei gebiedsgerichte
kansen en vraagstukken die daaraan sterk gerelateerd zijn. Een voorbeeld:
‘benutten we de kwaliteiten
van het landschap de Utrechtse Heuvelrug wel optimaal’?
-
de verbanden in
dwarsrichting op de Heuvelrug zijn immers minder sterk dan mogelijk vanuit het
groene potentieel (natuur, water, cultuurhistorie, beeld, recreatie),
- betekent dit dat we het
landschap Utrechtse Heuvelrug moeten ‘oprekken’,
- wat zijn dan de
gevolgen voor vitaliteit kernen en
- wat betekent dit voor
de (positie van de) N225: barrière, maar ook (ver)binding!?
Op verschillende niveaus speelt dus een groot aantal vraagstukken zowel
gebiedsgericht als thematisch, die elkaar deels overlappen, op elkaar inhaken
en vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is alleen mogelijk om deze
vraagstukken in samenhang af te wegen, wanneer dat gebiedsgericht wordt gedaan.
Wij stellen voor om dat op drie niveaus te doen:
- de kernen
- de gemeente
- de regio.
De toekomstvisie met
de ‘antwoorden’ op de twee hoofdvragen willen we verkrijgen in discussie met de
samenleving. De koepelvraagstukken staan hierbij telkens centraal, niet een
afzonderlijke sector, zoals ‘de natuur’ of het ‘wonen’ of ‘verkeer’. Vanuit dit
oogpunt willen we ook dat mensen met verschillende achtergronden daadwerkelijk
mét elkaar in gesprek gaan en samen de visie ontwikkelen (zie ook paragraaf
3.3). Uiteraard is het erg lastig om op de koepelvragen grip te krijgen, zonder
afzonderlijke thema’s en sectoren aan te snijden. Maar alleen in relatie tot
andere sectoren, de integraliteit en de Visie ‘Groen en vitaal in balans’
willen we uitspraken doen over afzonderlijke ‘sectorale vraagstukken’.
‘De sectoren’ vormen
min of meer de agendapunten op hoofdlijnen voor de diverse gesprekken op kern-,
gemeente en regioniveau. Deze agenda krijgt uiteraard op ieder niveau en per
kern een andere insteek. In bijlage 1 is voorbeeldmatig voor ieder niveau een
aanzet gegeven. Met de samenleving willen we hieraan verder invulling geven.
De discussies op de
niveaus staan niet los van elkaar. De resultaten van de discussies worden met
elkaar in samenhang afgewogen en geprioriteerd. De verschillende niveaus
beïnvloeden elkaar wederzijds, uiteindelijk gaat het om het bereiken van
samenhangende, omvattende structuurvisie!

3.2 De voorwaarden waaraan de
visie moet voldoen
We willen een
toekomstvisie maken waar we daadwerkelijk wat aan hebben, die niet in de ‘la’
of het ‘ronde archief’ belandt; die wij dus als richtlijn en argumentatiekader
kunnen gebruiken bij onze besluitvorming de komende jaren.
Dit betekent in
ieder geval het volgende:
- afstemming en
samenhang van gemeentelijke visies, nota’s en programma’s;
- een voldoende
ruime tijdshorizon;
- een haalbare
toekomstvisie op diverse fronten, ook financieel;
- een visie met
(ruimtelijke) kwaliteit!
Gemeentelijke
producten op één lijn
Zoals de rode, de
groene en de sociale kaarten laten zien en de aanzetten voor de gespreksagenda’s
voor de kernen, de gemeente en de regio in de bijlagen, zijn de sectoren welhaast onontwarbaar en nauw met
elkaar verbonden. We vinden het daarom van groot belang dat de vraagstelling en
het ambitieniveau van onze beleidsnota’s goed afgestemd wordt met het integrale
structuurvisietraject. Uitwerkingen in de trajecten van de beleidsnota’s
leveren vervolgens input voor de visievorming, maar ook voor de agendavorming:
welke kansen en problemen vragen aandacht?
Alleen wanneer de Structuurvisie, de diverse
gebiedsgerichte- en sectorale nota’s en ook de daaraan verbonden
uitvoeringsprogramma’s dezelfde lijn volgen, kan er in onze optiek sprake zijn
van een realistische structuurvisie die ook daadwerkelijk uitgevoerd zal gaan
worden. Idealiter is gelijkschakeling en wisselwerking in de tijd van het
structuurvisietraject en de beleidsnota’s wenselijk. Met een aantal
beleidsnota’s zijn wij echter al – ook met de samenleving - voortvarend
aan de slag gegaan, bijvoorbeeld omdat daar nu immers belangrijke vraagstukken
liggen.
In de tabel in bijlage 2 is een momentopname
gemaakt van de planhorizon en de planning van de belangrijkste beleidsnota’s.
De belangrijkste conclusie is dat volgens de huidige aanpak en planning in de
loop van 2007 en begin 2008 voor veel thema’s belangrijke mijlpalen bereikt gaan
worden, waarvoor van tevoren afstemming noodzakelijk is. Daarnaast valt op dat
planhorizon van veel beleidsnota’s eindigt in 2015 – 2020, terwijl de
structuurvisie nadrukkelijk verder gaat: een doorkijk richting 2030.
De afstemming van beleidsnota’s en
structuurvisie zal de komende tijd extra aandacht van ambtelijke organisatie en
van het college van burgemeester en wethouders vragen. De totstandkoming van
een integrale structuurvisie voor de toekomst van onze gemeente is hierbij
leidend. De grootste zorg daarbij is te voorkomen dat de inwoners vanuit
verschillende sectorale beleidsinvalshoeken meerdere malen over hetzelfde
onderwerp moeten spreken zonder dat daarbij sprake is van toegevoegde waarde.
Wellicht is het soms noodzakelijk om wanneer er vraagstukken spelen met invloed
op het niveau van de gemeente als geheel, deze, zo mogelijk, nog even ‘aan te
houden’ en mee te nemen in het structuurvisietraject. We denken hierbij
bijvoorbeeld aan het verkeersknelpunt van de kruising in Doorn.
Een
juiste planhorizon
We stellen voor dat
de structuurvisie uitspraken doet over de periode tot 2030, met een concrete
uitwerking voor de eerstkomende tien jaar.. Dat is een periode waarin we ook
daadwerkelijk veranderingen in gang kunnen zetten én ook al kunnen bereiken op
een aantal fronten. Veel ruimtelijke ontwikkelingsprocessen gaan namelijk zeer
geleidelijk, ofwel omdat er een lang bestuurlijk besluitvormingstraject met een
grote diversiteit aan partijen betrokken is en er vaak grote geldstromen mee
gemoeid zijn (zoals structurele ingrepen in de infrastructuur), ofwel omdat er
veel tegenstrijdige belangen op het spel staan, ofwel omdat het gewoon veel
tijd in beslag neemt voordat er buiten iets ‘te zien is’ (zoals natuurontwikkeling).
Door nu een
planhorizon met een lange tijdsduur te kiezen voor de structuurvisie, kunnen we
voor die periode ook ambities formuleren die het onderzoeken waard zijn: zowel
de haalbaarheid als de weg ernaar toe. Deze integrale ambities, of realistische
‘dromen’, vormen de rode draad van de visievorming met uitspraken voor zowel de
dorpen, de gemeente en de (positie in de) regio.
De diverse
(sectorale) nota’s waar wij nu hard aan werken doen vooral uitspraken over de
periode tot 2015/2020. Voor deze periode liggen ook al veel dingen vast doordat
in het verleden afspraken gemaakt zijn. In deze nota’s gaat het dan ook met
name om het versterken van de bestaande kwaliteiten, bijsturen op onderdelen en
het oplossen van de knelpunten die zich nu voordoen. Uiteraard moeten de
ambities en de voorgestelde maatregelen in de beleidsnota’s en daaraan
gekoppelde projectenprogramma’s wel passen binnen de lange termijndoelen van de
structuurvisie.
Een
haalbare structuurvisie
Een toekomstvisie
kan alleen gerealiseerd worden als deze ‘haalbaar’ is. Dit betekent dat we
tijdens het opstellingstraject de volgende haalbaarheidsaspecten continu tegen
het licht houden:
·
De ‘technische’
haalbaarheid, waarmee we niet alleen de constructieve haalbaarheid bedoelen,
maar ook het rekening houden met milieu- en waardenbelangen zoals aan- danwel
afwezigheid van milieuhinder (geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid,
stank), de hydrologische situatie, flora- en fauna en archeologische waarden.
·
De
‘maatschappelijke’ haalbaarheid, welke uiteraard ook nauw samenhangt met de
beide andere haalbaarheidsaspecten. Vanuit het oogpunt van maatschappelijke
haalbaarheid maken we de toekomstvisie ook samen met de samenleving en in de
samenleving is immers ook de meeste kennis aanwezig over onze mooie
gemeente.
·
De ‘financiële’
haalbaarheid: ons gemeentelijk ‘huishoudboekje’ moet ook met toekomstvisie en
de daaruit voortvloeiende ‘projecten’ in evenwicht blijven, anders kunnen we de
toekomstvisie niet eens realiseren! Hierbij gaat het dus om het totaal aan
financiële effecten van structuurvisie en de diverse beleids- en
gebiedsgerichte nota’s. Uiteraard zijn wij als gemeente niet de enige partij in
het realisatietraject en willen we graag andere overheden en particuliere
partijen en verenigingen / stichtingen uitnodigen en stimuleren om hierin mee
te denken. Het volgende schema laat zien hoe de verschillende sectoren en
thema’s uit de structuurvisie zich onderling verhouden in termen van
kostenmaker en kostendrager. Uiteindelijk moet het één evenwichtig geheel
zijn.
Structuurvisie |
|
Economische dynamiek
(kostendrager) |
Bereikbaarheid
(kostenmaker) |
Instandhouding groenblauwe basisstructuur en voorzieningen
(kostenmaker) |
|
|
|
|
Thema’s |
Wonen |
Verkeer,
mobiliteit,
parkeren |
Natuur en milieu |
Werken |
Landschap en cultuurhistorie |
Recreatie |
Niet-commerciële Voorzieningen |
|
Commerciële
voorzieningen |
|
|
|
|
|
|
|
Bijdrage derden |
Bijdrage derden |
Bijdrage derden |
Wij vinden het
noodzakelijk en een randvoorwaarde voor de structuurvisie dat een overzichtsbegroting
voor alle projecten ook daadwerkelijk wordt opgesteld. Die begroting moet de
kosten en de dekkingsmogelijkheden op hoofdlijnen aangeven.
Een
visie met kwaliteit
Het is voor ons van groot belang dat de
toekomstvisie ook een kwalitatief goede visie is. Goed betekent in onze ogen
dat het plan gericht moet zijn op het bereiken van een situatie met ruimtelijke
kwaliteit. Er is sprake van (ruimtelijke) kwaliteit, wanneer dat door de mensen
ter plaatse ook daadwerkelijk zo beleefd wordt. Dat betekent wederom een
noodzaak voor integrale aanpak van de visievorming: gericht op de samenhang
tussen sociaal-maatschappelijke aspecten (de mens), de ruimtelijke aspecten (de
ruimte) en de functionele aspecten (het gebruik).
Een visie met
kwaliteit is in onze ogen ook een inspirerende, verbeeldende en sterke visie.
Mensen moeten er warm voor lopen om bij te dragen aan de realisatie van deze
visie. Wij kunnen het immers niet alleen als gemeente! Simpelweg omdat we niet
voldoende financiële middelen hebben, maar ook omdat we voor veel dingen afhankelijk
zijn van andere partijen en niet alles zelf in de hand hebben.
3.3 Communicatie, proces en partijen
3.3.1 Internetsite www.structuurvisieutrechtseheuvelrug.nl
Eén van de
hoofddoelstellingen van onze visie “Groen en vitaal in balans” is: goede dienstverlening aan inwoners en
een goede relatie met inwoners. Ook hebben we hierbij aangegeven dat we graag
vernieuwend te werk willen gaan en moderne communicatiemiddelen in willen
zetten. Voor de structuurvisie willen we graag de daad bij het woord voegen,
door deze via een interactieve wijze op te stellen onder andere met
gebruikmaking van internet. Daarom wordt de internetsite www.structuurvisieutrechtseheuvelrug.nl ontwikkeld, welke gedurende het gehele traject (inclusief ‘uitvoering’) ingezet
kan worden om met de samenleving te communiceren.
Interactiviteit gaat in onze ogen steeds om de vraag wat doen (functie-gebruik) de mensen met hun gebied (ruimte). Discussiëren doen we graag mét de
mensen, face-to-face. Voor de voorbereiding en uitwerking zetten we andere
middelen in, zoals internet, voorlichting en folders. In de volgende paragrafen
gaan we hierop verder in. Op basis van de uitkomsten van de discussies zal het
gemeentebestuur uiteindelijk een besluit nemen, waarop wij ook aangesproken
kunnen en ook willen worden door de deelnemers aan de diverse gesprekken.
In de verdere uitwerking van de communicatiestrategie houden we ook
rekening met de afstemming van verschillende communicatietrajecten, zowel wat
betreft inhoud als wat betreft tijdsplanning:
- Rondom de diverse
sectorale beleidsnota’s en gebiedsvisies (wellicht ook via de internetsite
www.structuurvisieutrechtseheuvelrug.nl)
- De kernbezoeken;
- Communicatietrajecten
uit het (recente) verleden (verwachtingen, frustraties, kansen).
3.3.2 De
samenleving en de raad
Wij willen dat bij
het opstellen van de structuurvisie de inzichten en kennis die in de samenleving
aanwezig zijn optimaal worden gebruikt. Daarom ‘leggen wij eerst ons oor te
luister’ in verschillende gesprekken op kern-, gemeente- en regioniveau.
Uiteindelijk werkt
een structuurvisie toe naar keuzes over veranderingen in grondgebruik en
prioriteiten voor functies en waarden. De belangen die met die keuzes
samenhangen kunnen groot zijn en soms ingrijpend voor individuele burgers. Die
keuzes zijn de verantwoordelijkheid van ons als raad, waar wij de politieke
verantwoordelijkheid voor willen nemen.
Het betrekken van de
samenleving bij het opstellen van de structuurvisie moet geplaatst worden in
deze context: daar waar het gaat over benoemen van knelpunten en van kwaliteiten, inbrengen van kennis en meedenken in
mogelijke ontwikkelingsrichtingen, zien wij een belangrijke rol voor de
samenleving. Daar waar het gaat om de keuzes en onderbouwing van die keuzes,
zien wij een hoofdrol voor het bestuur.
3.3.3 Discussie op niveaus
Wij willen dat in de discussie over de structuurvisie zowel het niveau
van de kernen als dat van de gemeente als geheel, goed tot z’n recht komt.
Daarnaast vinden we het van belang dat we een regionale agenda ontwikkelen.
Uiteraard hangen de uitkomsten op deze niveaus nauw met elkaar samen en kan
besluitvorming op kernniveau voor veel onderwerpen alleen plaatsvinden in het
licht van de gemeente als geheel.
In de fase van visievorming moet dus een antwoord gegeven worden op de
eerder geformuleerde hoofdopgave
en de daaraan verbonden integrale vraagstukken:
- Is er een
integrerend toekomstbeeld dat bevalt en van waaruit ook sturing kan worden gegeven
aan de diverse sectoren?
- Wat is dan het
hierbij ‘horende’ passende evenwicht tussen behoud en dynamiek (en welke keuzeruimte zit daar in)?
- Wat zijn onze sterke kanten en welke
functionele en ruimtelijke kwaliteiten moeten dan verder ontwikkeld worden?
Om hierop een
antwoord te krijgen, willen we zowel op het niveau van de kernen, de gemeente
als geheel en de regio telkens de volgende stappen zetten:
1.
Informatieverzameling
en ideeëngenerering,
2.
ontwerp, selectie,
keuzes en
3.
uitwerking en
onderbouwing van die keuzes.
Iedere stap omvat een intern (ambtelijk en
bestuurlijk) werktraject en een extern communicatietraject. Hierna staat met
name het communicatietraject centraal.
De communicatie
doorloopt dezelfde stappen en krijgt tijdens in iedere stap en op ieder integratieniveau
een andere invulling. In het algemeen geldt voor de communicatie:
stap 1 het
genereren van ideeën, inzicht en kennis. Een open fase waarin veel
verschillende technieken gebruikt kunnen worden;
stap 2 het
toetsen van mogelijke richtingen. Een discussiefase waarin de regie sterk in de
hand moet worden gehouden, we stellen voor om in deze fase met scenario’s te
werken. Welke scenario’s uitgewerkt worden is afhankelijk van de uitkomsten van
de eerste stap. Voorafgaand aan de discussie vindt bestuurlijke terugkoppeling
plaats.
stap 3 het
uitleggen van de gekozen richting.
Scenario’s kunnen met uiteenlopende doelen op verschillende momenten opgesteld worden. Voor de Structuurvisie Utrechtse Heuvelrug worden scenario’s opgesteld ter voorbereiding van keuzes: de bandbreedte van de keuzeruimte wordt onderzocht. Omdat één van de twee centrale vraagstukken is hoe omgegaan moet worden met dynamiek, worden scenario’s opgesteld die variëren in de mate van (en ook het type van) dynamiek en de inzet die daartoe moet worden gepleegd. Belangrijke voorwaarden zijn:
- alle scenario’s moeten voldoen aan ‘groen en vitaal in balans’ én
- alle scenario’s moeten (financieel) haalbaar zijn.
Het uiterste ‘laag(in)spanningscenario’ is de nulvariant: doorgaan op dezelfde weg. Voorbeeld van een ‘hoog(in)spanningscenario’ is actief inzetten op Utrechtse Heuvelrug recreatiegemeente en dit integraal doorvertalen naar alle sectoren, of maximaal de aspecten groen en cultuurhistorie benutten en doorvertalen in alle vormen van dynamiek. De resultaten van de eerste stap laten zien welke accenten in de dynamiek gelegd kunnen worden. Uiteraard gaat het uiteindelijk niet om een keuze tussen scenario’s, maar een discussie over de wenselijkheid van effecten van bepaalde keuzes als basis voor visieontwikkeling. |
Na vaststelling van
de communicatiestrategie op hoofdlijnen zal gestart worden met de uitwerking.
Dan worden nog voor de zomer van dit jaar de diverse bijeenkomsten, waaronder
die met de kernen, gepland en voorbereid. Uitnodiging voor deze ‘gesprekken’
zal gericht en breed plaatsvinden.
In bijlage 3 is voor
de verschillende niveaus een aantal ideeën opgenomen voor een mogelijke
uitwerking van de communicatiestrategie.
Deze Startnotitie
is, samen met de in ontwikkeling zijnde internetsite, de voorbereiding van stap
1. Ter voorbereiding van de communicatie in stap 2 worden scenario’s opgesteld.
3.4 Tijdsplanning
Structuurvisie op hoofdlijnen
Het tijdspad van de
Structuurvisie gemeente Utrechtse Heuvelrug is als volgt:
Fase
1: startnotitie
·
9 mei 2007 bespreking
startnotitie in gecombineerde raadscommissies;
·
31 mei 2007
vaststelling startnotitie door raad.
Fase
2: ontwerpfase
·
Mei 2007:
uitwerking communicatiestrategie en bespreking in Stuurgroep;
·
Juni
– medio juli 2007: daadwerkelijke start interactiviteit met de
samenleving vanaf 31 mei 2007, stap 1: gericht op genereren ideeën, inzicht en
kennis;
·
In de zomerperiode
vinden geen interactieve activiteiten plaats;
·
September 2007
– maart 2008: vervolg interactieve aanpak tweede (en derde) stap, met behulp
van scenario’s en opstellen conceptontwerp structuurvisie;
·
April 2008:
vaststellen conceptontwerp structuurvisie door B&W.
Fase
3: vaststellingsfase
·
Mei – juni 2008:
consultatieronde samenleving en belanghebbenden;
·
Juli – september
2008: verwerken reacties en vaststellen ontwerp structuurvisie door B&W;
·
Oktober –
november 2008: vaststellen structuurvisie door gemeenteraad.
BIJLAGEN
Bijlage 1
Voorbeeldagenda’s gemeente,
kern, regio
Voorbeelden
voor agenda gesprekken op gemeenteniveau
Op gemeenteniveau
staat uiteraard de opdracht met de koepelvraagstukken centraal:
- Maak
een integrale, omvattende toekomstvisie die sectoren gericht stuurt.
- Welke dynamiek
is waar wenselijk en noodzakelijk, zodanig dat bijgedragen wordt aan een
leefbare en vitale gemeente als geheel en iedere kern afzonderlijk?
- Wat zijn onze
sterke kanten, wat is onze eigen, samenbindende kracht van de gemeente en van
de kernen op zich en hoe kan deze verder ontwikkeld worden?
Per sector(cluster)
hebben we als voorbeeld één of enkele centrale vragen gedefinieerd die we
kunnen bespreken. In de uitgebreide sheets per sector hierna, is de aanleiding
voor de centrale vragen opgenomen, evenals de uitwerkingsvragen die daarbij aan
de orde komen en de bandbreedte waarbinnen mogelijke uitkomsten kunnen
variëren. De sheets worden voorafgegaan door een voorbeeldsheet. De juiste
vragen willen we mét de samenleving bepalen, alvorens we met scenariovorming
aan de slag gaan. Ook zullen de vragen nog afgestemd worden met de lopende
processen voor verschillende startnotitie’s, kadernota’s en beleidsnota’s. Het is
immers niet de bedoeling om gevoerde discussies over te doen of reeds genomen
beslissingen weer ter discussie te stellen.
Cultuurhistorie, natuur, water
- Is natuur met
cultuurhistorie onze samenbindende kracht en basis voor onze identiteit?
- Hoe bereiken we behoud
door ontwikkeling?
Recreatie
- Is recreatie drager van
onze identiteit en / of economie?
- Recreatie voor de
bewoners en voor de regio; inzetten op regionale promotie?
- Optimale
mogelijkheden voor recreatie: balans natuur, cultuurhistorie en water?
Voorzieningen
- Is er behoefte, ruimte,
draagvlak voor een niet-commerciële of commerciële voorziening op regionaal/
nationaal niveau?
- Moet er gestuurd worden
op verbetering van het ‘winkelen’ binnen de gemeente?
- Hoe houden de kernen
het voorzieningenaanbod ‘op niveau’ op de toekomst?
Werken / economie / landbouw:
- Welke fysieke
vorm en omvang moet ‘de economie’ aannemen?
- Moet ingezet worden op
een specifieke sector en moet de gemeente hierin sturen?
- Wat is een vitaal
platteland? Kan en moet je hierin sturen?
Verkeer en mobiliteit:
-
Wat leidt tot
verbetering leefbaarheid en bereikbaarheid zone N225?
- Inpassing A12:
definiëren van een nieuw lokaal doel?
Wonen:
- Het
woningbouwvraagstuk, zowel kwantitatief als kwalitatief, kent autonome
ontwikkelingen maar is grotendeels ook een afgeleide van de resultaten van de
andere discussies. Woningbouw is een middel!
- Maar voor welk(e) doel(en)? Dat is nu de vraag. Voorzieningenbehoud?
Evenwichtige bevolkingssamenstelling? Financieringsbron? Natuur- en
landschapsbehoud? Wisselgeld in de regio? ………..







Voorbeelden voor agenda’s gesprekken op kernniveau
Uitwerking en keuzes
op de verschillende niveaus beïnvloeden elkaar wederzijds. Definitieve
uitspraken kunnen we voor een aantal onderwerpen op ‘kernniveau’ dus pas doen,
wanneer helderheid op regio en gemeenteniveau is. Een voorbeeld hiervan is
bijvoorbeeld de vraag voor Doorn of wel of en niet ingezet zou moeten op het
exploiteren van huis Doorn als een regionale / nationale recreatieve trekker
(zo ja hoe). Hetzelfde vraagstuk geldt voor het Bosbad te Leersum en het
vraagstuk van de inpassing van de ‘groene entrees’ (vormgeving, programma,
bereikbaarheid). Deze vraagstukken zijn sterk gerelateerd aan de discussie welke
rol recreatie vervult in onze identiteit, het feit dat het een belangrijke
economische drager is en wat de optimale balans is tussen recreatie, natuur en
cultuurhistorie.
Andere vraagstukken
kunnen redelijk autonoom op kernniveau bediscussieerd en uitgekristalliseerd
worden. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van een ‘plein’, een ‘hart’
voor Leersum, het stimuleren van een kwaliteitsimpuls voor de campings nabij
Overberg, en ook bijvoorbeeld de
planvorming voor enkele ontwikkelingslocaties in de pijplijn.
Per kern willen we
op de in paragraaf 3.3. aangegeven werkwijze in ‘gesprek [1] ’ gaan met de bewoners, ondernemers en andere
belangenorganisaties. Ook hier staat uiteraard de opdracht ‘een integrale
omvattende toekomstvisie die de sectoren gericht stuurt’ centraal, evenals de
twee hieraan gerelateerde koepelvraagstukken over ‘dynamiek’ en ‘samenbindende
kracht’. Deze worden wel toegespitst op het niveau van het dorp en de bijdrage
van het dorp voor de gemeente als geheel.
Voor de diverse
gesprekken met de dorpen stellen we wederom voor om de verschillende thema’s en
sectoren als agenda te hanteren. Samen met de dorpen willen we (voor de zomer)
aan tafel de juiste inhoudelijke agenda bepalen alvorens we (na de zomer) met
de scenario’s aan de slag gaan. We kunnen ons voorstellen dat voor de kernen en
het buitengebied de hierna opgenomen voorbeeldvraagstukken een rol spelen [2] . Uiteraard zijn de meeste accenten /
vraagstukken thema-overstijgend en niet eenvoudig bij één thema onder te brengen.
Bij de voorbereiding
van de gesprekken zullen we uiteraard de resultaten betrekken van reeds
gevoerde gesprekken in de samenleving over de diverse thema’s.
Voorbeelden
mogelijke agendapunten Driebergen – Rijsenburg
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken
|
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat zijn de wenselijke ‘stedelijke’ ontwikkelingsmogelijkheden van
Driebergen-Rijsenburg (ook gezien het station Driebergen-Zeist)?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Hoe kan het ‘centrum’ versterkt worden? |
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Behoud door ontwikkeling Lustwarande
·
Natuur in de stad?
·
Hoe kunnen de dwarsrelaties van en met de Heuvelrug versterkt worden? |
Recreatie |
·
Is het wenselijk om de Lustwarande te exploiteren en zo ja, hoe dan? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
Een regiovoorziening nabij station?
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren?
·
Hoe niet-commerciële voorzieningen duurzaam op niveau houden? Specialisatie?
·
Toekomstwaarde sportvoorzieningen?
·
Versterking en kwaliteitsimpuls centrumgebied (o.a. Traay). |
Verkeer |
·
Doorstromingsvraagstuk N225 / barrièrewerking N225 |
Werken / economie /
landbouw |
·
Welke werkgelegenheid, in welke vorm?
·
Zoeken naar extra ruimte voor kantoren en bedrijven?
·
Actieve profilering? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour? |
Voorbeelden
mogelijke agendapunten Doorn
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Hoe kan Doorn één sterk, samenhangend dorp worden?
·
Hoe kan de aantrekkelijkheid van het centrumgebied vergroot worden?
|
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Behoud door ontwikkeling Lustwarande
·
Natuur in het dorp?
·
Relaties Huis Doorn versterken?
·
Hoe kunnen de dwarsrelaties van en met de Heuvelrug versterkt worden? |
Recreatie |
·
Is het wenselijk om de Lustwarande te exploiteren en zo ja, hoe dan?
·
Huis Doorn als nationale recreatie voorziening? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren?
·
Hoe niet-commerciële voorzieningen duurzaam op niveau houden?
·
Specialisatie?
·
Toekomstwaarde sportvoorzieningen? |
Verkeer |
·
Doorstromingsvraagstuk N225 / barrièrewerking N225.
·
Vergroten verkeersveiligheid en opheffen barrièrewerking centraal
kruispunt: tweedeling dorp. |
Werken / economie / landbouw |
·
Actieve profilering? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour? |
Voorbeelden
mogelijke agendapunten Leersum
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Een dorpshart voor Leersum!? |
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Inpassing groene entree bij Leersum?
·
Behoud door ontwikkeling Lustwarande
·
Natuur in het dorp?
·
Hoe kunnen de dwarsrelaties van de Heuvelrug versterkt worden?
·
Welke kansen biedt de verkavelingsstructuur van ‘noord’?
·
Toekomst recreatiegebieden in EHS?
·
Herstel Utrechtse Spoor? |
Recreatie |
·
Is het wenselijk om de Lustwarande te exploiteren en zo ja, hoe dan?
·
Toekomstwaarde Bosbad en Ginkelduin?
·
Inpassing groene entree? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
Creëren van een ‘hart’ voor Leersum?
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren?
·
Hoe niet-commerciële voorzieningen duurzaam op niveau houden?
·
Specialisatie?
·
Toekomstwaarde sportvoorzieningen? |
Verkeer |
·
Doorstromingsvraagstuk N225 / barrièrewerking N225
·
Nieuwe doorsteek naar Wijk?
·
Oplossen verkeersveiligheidsknelpunt Maasbergseweg. |
Werken / economie /
landbouw |
·
Werkgelegenheid in welke vorm? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour? |
Voorbeelden
mogelijke agendapunten Amerongen
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Amerongen als schakel tussen Utrechtse Heuvelrug en het rivierengebied?
·
Versterking eenheid Amerongen? |
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Inpassing groene entree?
·
Behoud door ontwikkeling Lustwarande
·
Behoud door ontwik. Tabaksschuren?
·
Behoud cultuurhistorie Molenterrein door ontwikkeling?
·
Mogelijkheden kasteel Amerongen en andere landgoederen als
Sterrenbosch en Lievendaaltje?
·
Natuur in het dorp?
·
Hoe kunnen de dwarsrelaties van de Heuvelrug versterkt worden?
·
Kansen verbinding systeem Utrechtse Heuvelrug – rivierengebied? |
Recreatie |
·
Is het wenselijk om de Lustwarande te exploiteren en zo ja, hoe dan?
·
Inpassing ‘groene entree’, locatie Burgwal? Invulling en bereikbaarheid?
·
Mogelijkheden kasteel Amerongen en andere landgoederen? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
Waar ligt het dorpshart?
·
Wenselijkheid, haalbaarheid, programma Allemanswaard.
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren?
·
Hoe niet-commerciële voorzieningen duurzaam op niveau houden?
·
Specialisatie?
·
Toekomstwaarde sportvoorzieningen |
Verkeer |
·
Doorstromingsvraagstuk N225 / barrièrewerking N225
·
Oplossen verkeersdruk doorgaand verkeer van / naar pont. |
Werken / economie /
landbouw |
·
Welke werkgelegenheid, in welke vorm?
·
Bedrijven uitplaatsen naar Amerongen-west?/ bedrijventerrein Leersum?
·
Actieve profilering? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour? |
Voorbeelden
mogelijke agendapunten Overberg
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Het antwoord op Veenendaal? |
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Hoe kunnen de dwarsrelaties van de Heuvelrug versterkt worden? |
Recreatie |
·
Hoe bereiken we een kwaliteitsimpuls voor de recreatieterreinen
·
Versterken relatie recreatieterreinen?
·
Recreatief uitloopgebied Veenendaal? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren? |
Verkeer |
·
Sluipverkeer vanuit / naar Veenendaal A12 verminderen.
·
Positie t.o.v. het spoor? |
Werken / economie /
landbouw |
·
Welke werkgelegenheid, in welke vorm?
·
Actieve profilering? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour?
·
Relatie met ‘Veenendaal-west’? |
Voorbeeld
mogelijke agendapunten Maarsbergen
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Dubbelkern Maarn- Maarsbergen aan de A12 / het spoor?
·
Inpassing bedrijventerreinontwikkeling.
|
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Natuur in het dorp?
·
Hoe kunnen de dwarsrelaties van de Heuvelrug versterkt worden? |
Recreatie |
·
Poort naar de Heuvelrug? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren?
·
Hoe niet-commerciële voorzieningen duurzaam op niveau houden?
·
Specialisatie?
·
Toekomstwaarde sportvoorzieningen?
·
Ontwikkelingen brandweergarage? |
Verkeer |
·
Inpassing A12
·
Inpassing spoorlijn in dorp
·
Voorkomen sluipverkeer A12
·
Ontsluiting bedrijventerrein? |
Werken / economie /
landbouw |
·
Welke werkgelegenheid, in welke vorm?
·
Ontwikkeling bedrijventerrein, relatie woonwagenlocatie?
·
Actieve profilering? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour? |
Voorbeelden
mogelijke agendapunten Maarn
Samenbindende kracht, identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat is de identiteit (ruimtelijk en
sociaal-maatschappelijk)? Hoe kan dit verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de bijdrage aan de gemeente? Hoe kan dit versterkt worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van de kern (en de gemeente als geheel) te behouden en te versterken?
·
Dubbelkern Maarn- Maarsbergen aan de A12 / het spoor?
·
Relatie centrumgebied en spoor/station, juiste locatie met oog op
toekomst? |
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Groene entree Utrechtse heuvelrug i.r.t. stiltegebied?
·
Centrum naar historisch hart (gerelateerd aan stationdiscussie)?
·
Natuur in de stad?
·
Hoe kunnen de relaties van de Heuvelrug naar het noorden versterkt
worden? |
Recreatie |
·
Inpassing ‘groene entree’ Utrechtse Heuvelrug?
·
Mogelijkheden Zanderij? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
impuls centrumgebied, relatie station
·
In welke mate en hoe de zittende ondernemers faciliteren?
·
Hoe niet-commerciële voorzieningen duurzaam op niveau houden?
·
Specialisatie?
·
Toekomstwaarde sportvoorzieningen?
·
Wenselijkheid, haalbaarheid en programma Dominoplan? |
Verkeer |
·
inpassing A12 / verminderen hinder?
·
Voorkomen sluipverkeer A12?
·
Inpassing spoor, positie station? |
Werken / economie / landbouw |
·
Welke werkgelegenheid, in welke vorm?
·
Een bedrijventerrein?
·
Actieve profilering? |
Wonen |
·
Voorzien in eigen behoefte dorp of meer / minder?
·
Welke locaties (naast de bekende in het meerjarenprogramma), welke
vorm en welke doelgroepen / kwaliteit?
·
Verdichting/inbreiding, gestapeld bouwen, uitbreiding rode contour? |
Voorbeelden
mogelijke agendapunten ‘Buitengebied’
Samenbindende kracht,
identiteit
Dynamiek
Accent integrale
vraagstukken |
·
Wat zijn de sterke kanten, wat zijn de identiteitsdragers van de gemeente?
Hoe kunnen deze verder ontwikkeld worden?
·
Wat is de wenselijke en noodzakelijke dynamiek om de leefbaarheid en
vitaliteit van het buitengebied (en de gemeente als geheel) te behouden en te
versterken?
·
Invulling vrijkomende agrarische bebouwing?
|
Natuur, Cultuurhistorie,
water |
·
Hoe kunnen de dwarsverbanden versterkt worden?
·
Inpassing groene entrees?
·
Zonering stille en minder stille gebieden? |
Recreatie |
·
Ontwikkelingsmogelijkheden en balans ‘zuid’ (Langbroekerwetering, deel
Utrechtse heuvelrug) en ‘noord’
(deel Utrechtse Heuvelrug en agrarische gebieden Maarn/Maarsbergen en Overberg)
·
Kwaliteitsimpuls (verblijfs)recreatie?
·
Verbrede landbouw? |
Voorzieningen
(niet-)commercieel)) |
·
(niet-) commerciële voorzieningen in het landschap Utrechtse
heuvelrug? |
Verkeer |
·
Barrièrewerking N225 en A12
·
Toegankelijkheid voor bewoners, recreanten en toeristen
·
Schoon vervoer? |
Werken / economie /
landbouw |
·
Hoe verbrede landbouw bereiken? Wat, waar en in welke mate?
·
Werken aan huis?
·
Draagkracht landschap voor kleinschalige ontwikkelingen: rood voor
groen? |
Wonen |
·
Draagkracht landschap voor kleinschalige ontwikkelingen: rood voor
groen? |
Voorbeelden agenda gesprekken over / op regioniveau
Door het ontstaan van de nieuwe, grote
gemeente Utrechtse Heuvelrug, hebben we de kans om een andere positie in te
nemen dan de voormalige kleine gemeenten ieder afzonderlijk. Of we dit
daadwerkelijk doen is een keuze, ook ten aanzien van welke onderwerpen we dat
willen doen. Dit wordt deels bepaald door onze unieke kwaliteiten, maar ook
door ons eigen ambitieniveau ten aanzien van de sturingswens voor bepaalde
problemen waarmee wij te kampen hebben en de dynamiek die vanuit de regio ‘op
ons afkomt’.
De ‘regio’ is bestuurlijk, maar ook
functioneel / relationeel onbegrensd. Op regioniveau zijn er veel partijen die
elkaar deels overlappen met uiteenlopende belangen en status; we spreken in dat
verband wel eens over ‘bestuurlijke spaghetti’ of ‘bestuurlijke drukte’. Er
zijn verbanden waarin formele bestuurlijke eenheden samenwerken, maar ook
gebieds- en themagerichte samenwerkingsverbanden die de bestuurlijke grenzen
doorkruizen. Voor deze Startnotitie zijn met name de bestuurlijke
samenwerkingsverbanden van belang, hierin moeten we positie nemen. De
inhoudelijke samenwerkingsverbanden komen op de verschillende integratieniveaus
aan de orde (kern, gemeente, regio) zodra een thema danwel gebied besproken
wordt. Voorbeelden van deze verbanden waarvan wij ofwel zelf onderdeel
uitmaken, danwel invloed van ondervinden zijn:
- Gemeenschappelijke Regelingen: de gemeente
Utrechtse Heuvelrug is deelnemer aan een 15 – tal Gemeenschappelijke
Regelingen variërend van Recreatieschap en Woonwagenschap tot Milieudienst
tot Regionale Sociale Dienst;
- Bestuur Regio Utrecht: de voormalige gemeente
Driebergen-Rijsenburg maakte hiervan voor de herindeling onderdeel uit, nu
heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug hier geen formele
vertegenwoordiging;
- NV Utrecht: de gemeente Utrechtse Heuvelrug
wordt hierin vertegenwoordigd door de provincie. Het BRU, stadsgewest Amersfoort,
Gewest Goor en Eemland zijn hierin wel apart vertegenwoordigd. De andere
gemeenten worden evenals onze gemeente door de provincie vertegenwoordigd.
Onze positie in de NV Utrecht is dus momenteel beperkt;
- Bestuurlijk Platform Zuid-Oost Utrecht: voortvloeiend
uit het streekplan is in 2004 gestart met een samenwerkingsverband in
Zuid-Oost-Utrecht. Op dit moment werken regionale partijen samen:
Provincie en de gemeenten Zeist, Wijk bij Duurstede, Rhenen, Veenendaal,
Renswoude en Utrechtse Heuvelrug. Onze structuurvisie zal de (inhoudelijke
en strategische) leidraad zijn voor onze bijdrage aan de Gebiedsvisie voor
Zuid-Oost Utrecht die het Bestuurlijk Platform Zuid-Oost-Utrecht voornemens
is op te zetten.
Van belang bij het bepalen van welke onderwerpen
we regionaal op de agenda willen zetten zijn de vragen:
- Zijn er knelpunten die niet op lokaal niveau
opgelost kunnen worden en waarvoor we de regio nodig hebben?
- Zweven er vraagstukken op regionaal niveau / bij
andere gemeenten die mogelijk deels op ons grondgebied opgelost kunnen
worden?
- Trotsheid en uitdragen unieke kenmerken en
identiteit: wat is de betekenis van de gemeente voor de regio?
Wij denken dat we het op regionaal niveau in
ieder geval moeten hebben over:
- Cultuurhistorie en natuur; dan gaat het
bijvoorbeeld over het bewustmaken en het versterken van onze sterke
kanten, onze samenbindende kracht en identiteit;
- Recreatie; dan gaat het bijvoorbeeld over de
‘poorten’, differentiatie in stille en minder stille gebieden, afstemming
recreatieaanbod, gezamenlijke promotie en marketing;
- Wonen; dan gaat het bijvoorbeeld over de 10.000
woningen waarvoor in de provincie Utrecht gezien de opgelopen
bouwachterstand en behoefte nog locaties moeten worden gevonden, maar ook
over het antwoord op de druk vanuit Veenendaal en de discussie rondom de
rode contouren in relatie tot de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen;
- Verkeer; dan gaat het bijvoorbeeld over de
inpassing en doorstromingsproblematiek van de A12, de leefbaarheid rondom
de A12 en N225 en de doorstromingsproblematiek op de N225, maar ook over
Randstadspoor of andere regionale openbaar vervoerssystemen;
- Commerciële en
niet-commerciële voorzieningen: is er behoefte aan een ‘nieuwe’ voorziening
op regionaal niveau en wat is dan een goede locatie? Station
Driebergen-Zeist of elders?.
Bijlage 2
Inventarisatie relevante
nota’s en visies
Inventarisatie
relevante beleidsnota’s en gebiedsvisies
Onderstaande tabel
geeft inzicht in planhorizon en geplande activiteiten voor een aantal
beleidsnota’s en gebiedsvisies, maar is zeker niet volledig. Afstemming tussen
beleidsnota’s en structuurvisies zal uiteraard ook plaatsvinden voor overige
niet genoemde beleidsterreinen, zoals bijvoorbeeld WMO, kerngericht werken en
monumenten.
Onderwerp
|
Nota of gebied
|
Planhorizon
|
Activiteiten
|
Maart – juli 2007
|
Aug – dec 2007
|
Jan – juli 2008
|
Sept – dec 2008
|
|
|
|
|
|
|
|
Wonen
|
Woonvisie
|
Visie 15 jaar (2023)
|
Analyse (mrt – apr)
Visie (mei – juni)
Programma (juni – juli)
Concept visie in college (juli)
|
Inspraak (aug – sep)
Verwerken reacties (sep)
Vaststellen visie door college (okt)
Vaststelling raad (dec)
|
|
|
Uitwerking woonvisie
|
Uitvoeringsprogramma 15 jaar en prestatie afspraken 3 a 4
jaar
|
|
|
Uitvoeringsprogramma en prestatie afspraken (jan 2008)
|
Onderwerp |
Nota of gebied |
Planhorizon |
Activiteiten |
Maart – juli 2007 |
Aug – dec 2007 |
Jan – juli 2008 |
Sept – dec 2008 |
Werken |
Economisch beleidsplan |
Horizon 2020 |
Ambitie, secenario’s, kernthema’s en doelstellingen (mrt
– mei)
Vaststellen beleidsplan door college (juni) |
Vaststellen beleidsplan door raad (sept) |
|
|
| Uitwerking kernthema’s in deelnota’s en uitvoeringsprogramma |
Periode 2007 - 2011 |
Start nota Bedrijventerreinen (mei) |
Vervolg nota bedrijventerreinen (tweede helft 2007)
Overige startnota’s o.a. detailhandel, agrarisch werklandschap en recreatie
(nader te bepalen) |
Recreatie |
Kadernota Recreatie & toerisme |
Periode 2007 -2011 |
Vaststellen kadernota door raad (maart) |
|
|
|
| Beleidsnota en actieplan recreatie & toerisme |
Periode 2007 - 2011 |
Interactie met het veld en opstellen nota (april- juni)
Vaststellen beleidsnota en actieplan door college (juli) |
Vaststellen beleidsplan door raad (sept) |
|
|
| Onderwerp |
Nota of gebied |
Planhorizon |
Activiteiten |
| Maart – juli 2007 |
Aug – dec 2007 |
Jan – juli 2008 |
Sept – dec 2008 |
Bereikbaarheid |
Perspectievennota verkeer en vervoer |
Aansluiten bij SMPU en RVVP - 2015 |
Inventarisaties en onderzoeken (mrt – juni)
Perspectievennota met kaders en uitgangspunten
(april – juli) |
Vaststellen perspectievennota door raad (sept) |
|
|
| Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) |
Aansluiten bij SMPU en RVVP - 2015 |
|
Verkeerseducatieplan en categorisering
(medio 2007) |
Uitwerking vervoerwijzen en effecten (eind 2007/begin
2008)
Handhavingsplan (medio 2008) |
GVVP en Uitvoeringsprogramma vaststellen door raad
(eind 2008) |
Onderwerp |
Nota of gebied |
Planhorizon |
Activiteiten |
Maart – juli 2007 |
Aug – dec 2007 |
Jan – juli 2008 |
Sept – dec 2008 |
Natuur, milieu en water |
Waterplan Heuvelrug |
Planperiode 15 jaar (2020) |
Reeds vastgesteld. |
|
|
|
| Uitvoeringsplan water |
Planperiode 2005 - 2009 |
Reeds vastgesteld. |
|
|
|
| Startnotitie milieuverkenning |
Periode 2008 - 2011 |
Milieuverkenning en visieverkenning (mrt – juni) |
Vaststellen startnotitie door raad (sept) |
|
|
| Milieubeleidsplan |
Periode 2008 -2011 |
|
Uitwerking milieubeleidsplan (aug – dec) |
Vaststellen milieubeleidsplan door raad (begin 2008) |
|
Landschap en cultuurhistorie |
Landgoederenbeleid |
Vaststaand beleid voor minimaal 10 jaar |
Vaststelling concept rapport door college (mei) |
Workshop Commissie Ruimte en vaststelling raad (najaar
2007) |
|
|
Voorzieningen |
Nota sportbeleid (incl. accomodaties) |
Periode 2007 - 2011 |
Inventarisaties en ontwikkelingen vaststellen (maart – mei).
Reacties samenleving verzamelen (april – juni) |
Vaststellen nota sportbeleid door raad (sept) |
|
|
| Startnotitie Cultuurbeleid |
Periode 2007 - 2009 |
Vastgesteld college (maart) |
|
|
|
Beleidsnota Cultuurbeleid |
Periode 2007 - 2009 |
Vaststellen in raad
(mei) |
|
|
|
Onderwerp |
Nota of gebied |
Planhorizon |
Activiteiten |
| Maart – juli 2007 |
Aug – dec 2007 |
Jan – juli 2008 |
Sept – dec 2008 |
Gebiedsvisies |
Stationsgebied Driebergen - Zeist |
Periode 15 a 20 jaar (nog te bepalen) |
Discussie scenario’s (maart – juli) |
Vaststellen visie door raad (najaar) |
Uitwerking visie (vanaf begin 2008) |
| Visie Kromme Rijngebied |
Aansluitend bij Agenda Vitaal Platteland: 2007 - 2013 |
Inventariseren projecten en investeringen (april)
Vaststellen integrale Gebiedsvisie door PS (juli) |
Vaststellen Gebiedsprogramma door raad (sept 2007) |
|
|
| NV (Noordvleugel) Utrecht |
Periode 2015 - 2030 |
Conceptvisie stadsgewest Utrecht vastgesteld in 2006 |
|
|
|
| Gebiedsvisie ZuidOost Utrecht |
Nader te bepalen |
Vaststellen van de te verkennen onderwerpen door college
(juni) |
Uitwerking diverse onderwerpen (vanaf sept 2007) |
Bijlage 3
deeën uitwerking
communicatiestrategie
Ideeën voor
uitwerking communicatiestrategie op kernniveau
Stap 1: voor de
zomer 2007
- Collectieve aanzichtkaart.
- Collectieve knelpuntenkaart.
- Opstellen ruimtelijke
dorpsinformatiedatabank.
- Dorpsgesprek
met representatieve vertegenwoordiging (op te stellen per kern)
Stap 2: najaar 2007
- open discussieavond over vooraf
opgestelde scenario´s .
- voor
ingewikkelde situaties kan gedacht worden aan open schetsatelier.
Stap 3: lente 2008
- inloopavond
voorafgaand aan inspraakprocedure (alleen bij grote aanpassingen)
Ideeën voor
uitwerking communicatiestrategie op gemeenteniveau
Stap 1: voor de
zomer 2007
- gebiedsconferentie
met maatschappelijk middenveld (bij elkaar brengen betrokkenen diverse beleidsnota’s
(zie overzicht bijlage 2).
- Open te
bezoeken deskundigengesprek over kwaliteiten in gemeente.
- Verhalenwedstrijd
(mensen sturen een foto in en vertellen een verhaal met algemene betekenis over
de plek die ze gefotografeerd hebben, iedereen kan stemmen, rangorde ontstaat).
- kwaliteiteninformatiebank
(langjarig beheer, moet gelijktijdig intern bruikbaar zijn)
Stap 2: najaar 2007
- raads/bestuursexcursies naar relevante
voorbeeldgebieden.
- openbare schetsateliers: één of twee
sessies waarin scenario’s ontwikkeld/uitgewerkt worden. Inbreng van
iedereen mogelijk
- openbare raadsdiscussieavond over
scenario’s
Stap 3: lente 2008
- afhankelijk van resultaten stap 2: een inloopavond
voorafgaand aan inspraak.
Ideeën voor
uitwerking communicatiestrategie op regioniveau
Stap 1:
- Vraagstukkeninventarisatieronde met ambtenaren
aanpalende gemeenten, onder andere in overleg met de projectgroep
Gebiedsvisie Zuid-Oost Utrecht;
- Nader te bepalen deelname aan de uitwerking van
thema’s voor de Gebiedsvisie Zuid-Oost Utrecht;
- Deskundigenforum over de gevolgen van door
bestuurlijke indeling versterkte scheiding stad/land;
- Bestuursconferentie gemeenten (3) provincies (3)
rijk. Over de dogmatische toepassing groene beleidsconcepten (EHS,
Nationale landschappen)
Stap 2:
- De gemeente kan op het regiospoor in haar eentje
niet verder gaan dan het neerleggen van scenario’s. Die scenario’s worden
binnenshuis ontwikkeld. Externe strategie (o.a. naar gebiedsvisie
Zuid-Oost Utrecht) afhankelijk van uitkomst scenario’s.
Documentatiepagina
Opdrachtgever:
|
Gemeente
Utrechtse Heuvelrug |
Titel
rapport:
|
Startnotitie
Structuurvisie |
Rapporttype:
|
Definitief
concept |
Rapportnummer:
|
213X00085 |
Datum:
|
29 maart
2007 |
Projectteam
gemeente:
|
Erica
Klarenbeek, Erwin de Hooge, Marieke van der Zwaan, Jacomijn Hemmen –
Schuil, Germt Medema, Jan Bosma, |
Projectteam
BRO:
|
Hans van
Kempen, Margreet Zwols, Harmen Venema, Marije Drost, Johan de Kievit, Jan
Carel Jansen Venneboer, Klaas van der Veen, Susanne de Geus
|
Trefwoorden:
|
Startnotitie, opgaven,
afstemming beleid, dynamiek-, waarden- en sociale kaart |
Beknopte inhoud:
|
Procesmatige en
inhoudelijke kaderstelling van de opgave voor en aanpak van de Structuurvisie
gemeente Utrechtse Heuvelrug. |
[1] het ‘gesprek’ kan in
verschillende vormen gegoten worden, uit meerdere gesprekken kan bestaan en
waarbij ook meerdere communicatie-instrumenten ingezet kunnen worden naast het
‘face-to-face-gesprek. Hiervoor verwijzen we graag naar paragraaf 3.3. over het
proces en de communicatie.
[2] het
is geen uitputtende opsomming, maar een lijst met voorbeelden. Deze voorbeelden
zijn gebaseerd op het Coalitieprogramma 2006-2010 ‘Samen verder’, een eerste
analyse van diverse beleidsstukken, de gebieden en de resultaten van een
ambtelijke workshop op 11 januari 2007, tijdens welke alle sectoren en alle
‘oude gemeenten’ ambtelijk vertegenwoordigd waren.